Eva Vandoorne · 28 mei 2026 · 1 min lezen
Van klomp klei tot kom: de weg door het atelier
Draaien, drogen, biscuit en glazuur: zo groeit elk stuk in zes weken naar de kast.
Wie een kom uit mijn atelier in handen heeft, houdt eigenlijk zes weken vast. Zo lang duurt het ongeveer voor een klomp klei een stuk wordt dat je elke ochtend gebruikt.
De weg die elk stuk aflegt
- 1.Draaien of handvormen: de vorm ontstaat, nog zacht en kwetsbaar.
- 2.Drogen: langzaam, onder controle. En net niet te laat weer inpakken om het nog te kunnen afwerken.
- 3.Afdraaien: de voet wordt uitgesneden en de wand gedecoreerd.
- 4.Opnieuw drogen, maar dit keer tot het beender- of kurkdroog is.
- 5.Biscuitstook: de eerste keer in de oven, op naar 950 graden.
- 6.Glazuren: ingieten en dompelen. Daarna goed de "poepjes" controleren en afkuisen.
- 7.Glazuurstook: een tweede keer in de oven, maar nog heter nu, tot 1240 graden.
Waarom het zo lang duurt
Klei heeft zijn eigen klok. Droogt een stuk te snel, dan trekt het krom. Gaat het te vroeg de oven in, dan springen er stukken af. Geduld is hier geen deugd, het is gewoon een deel van het werk.
“De mooiste stukken in mijn kast zijn niet de perfecte, maar die waar je de hand nog in ziet.”
Wie een initiatieles volgt of stukken bestelt hoeft dus een beetje te wachten. Ik koester de stukken nog een beetje na het maken, laat ze nog even alle hoeken van het atelier zien en dan pas zijn ze klaar voor jou. Dat wachten hoort erbij, en eerlijk: het uitpakken is elke keer weer een klein feest.

